Er zijn diverse tekeningdieren onder onze cavia’s. Met een tekeningdier, bedoelen we een dier dat kleurvlakken en witte vlakken heeft. De volgende dieren zullen hier behandeld worden:
Zilvervos, magpie, rus en himalaya, schimmel en dalmatiner zijn ook dieren die zowel kleur als wit hebben, maar genetisch gezien zit dat net even anders dan bij tekeningcavia’s. Daarom worden ze niet hier behandeld, maar onder Uitmonstering.
bont
Met zilveragouti, cinnamonagouti, en de vier witargentes (slateblue-witargente, coffee-witargente, lilac-witargente, beige-witargente) in zowel gewoon als solid, en bij zilvervos, is er iets speciaals aan de hand als ze bont zijn. Ze kunnen dan namelijk genetisch driekleur zijn, met bontgenen, of zien er zelfs bont uit zonder bontgenen te hebben! Dit klinkt heel raadselachtig, en om dit goed te begrijpen moet je eerst wat genetica begrijpen. Die genetica leg ik uit bij driekleur, zie daar.
De vererving van bont is nog heel onduidelijk, zie ook onze Genetica-pagina. Maar je ziet wel aan de hierboven genoemde voorkeur voor bepaalde tekeningpatronen dat er wel iets erfelijks moet meespelen met de verdeling van de vlekken.
Een Hollander is eigenlijk een
bonte cavia, maar in plaats van de dieren zo bont en divers
mogelijk te fokken, is het bij deze dieren de bedoeling
juist zo uniform mogelijk te fokken. Zo moeten hollanders
een gekleurde achterhand hebben, waarbij ook de achterpoten
tot minimaal aan de hielen gekleurd zijn, maar nog beter tot
het midden van de voet. De rest van de achterpoten is wit.
Het lijkt dan wel alsof de Hollander sokjes aanheeft! Deze
‘sokjes’ worden manchetten genoemd. Tussen achterhand en
schouder loopt een strakke scheidingslijn, en de voorkant
van de cavia is wit. Op de kop zitten om allebei de ogen nog
gekleurde vlakken. Deze kopplaten lopen vanaf midden op het
voorhoofd loodrecht naar beneden, tot aan de kaakrand,
Bij bonte dieren zie je heel vaak dieren waarbij de tekening enigszins Hollander-achtig eruit ziet. Je zou dus denken dat het wel makkelijk is om hollanders te fokken. Niets is minder waar. Door de strikte omschrijving hoe een Hollander er precies uit moet zien, voldoen maar weinig hollanders aan al deze punten tegelijk. Als je er enkele tientallen zou fokken, zit er misschien maar één goed showbare in….
Amerikaans gekruind
Een amerikaans gekruinde cavia heeft een gekleurd lijf, en heeft alleen maar wit midden op het voorhoofd. Daar zit namelijk één kruin, en enkel die kruin is wit. De amerikaans gekruinde cavia staat duidelijk omschreven op onze Rassen-pagina, zie daar voor meer informatie.
Driekleur
De werking van dit E-gen is als volgt: elke cavia heeft 2 soorten pigmenten in zijn lijf: het roodpigment en het zwartpigment. Het E-gen bepaalt, hoeveel rood en hoeveel zwart er nou precies op één haar voorkomen, en ook hoe die zwart-rood verdeelde haren zich over het lichaam verspreiden.
·
Heeft een cavia EE, dan
wordt het zwart toegelaten. Bij agouti’s (AA) kan er dan
hooguit nog een roodtint als tussenkleur te zien zijn, op
een stukje van de haar. Maar bij niet-agouti dieren (aa)
zal er zelfs geen enkele haar te vinden zijn die ook maar
één roodtintje laat zien. Dit zijn dieren uit de zogenaamde
‘zwarte
· Heeft een cavia ee, dan wordt al het rood toegelaten en tegelijk al het zwart onderdrukt. Omdat er geen enkele zwarttint meer getoond kan worden, kan een ee dier geen agouti zijn, want voor een agouti-variant heb je altijd een zwarttint op de haar nodig. Zelfs als een dier genetisch agouti zou zijn (AA) ziet het er met ee nog gewoon rood uit. Natuurlijk kan een dier met ee wel verschillende roodtinten laten zien, bijvoorbeeld rood, goud, buff, saffraan of crème. Dit is de zogenaamde ‘rode kleurrij’ (zie ook onder Eenkleurig!). · Heeft een cavia epep, dan worden zowel zwartpigment als roodpigment allebei toegestaan. Dit kan op 2 mogelijke manieren: 1. De ene haar mag al zijn zwarte kleuren uiten, de andere haar mag al zijn roodtinten laten zien. De haren kunnen willekeurig door elkaar zitten. Dit is een brindle-cavia. 2. Ook nu mag de ene haar al het zwart uiten, en de ander al het rood, maar ze zitten in duidelijke vlakken die goed van elkaar gescheiden zijn. Dit is bv. een schildpadcavia of japanner. Ga je nu één van deze mogelijkheden ook nog met bontfactor, dus met witte vlakken, fokken dan heb je dus een driekleur!
Met zilvervos, zilveragouti, cinnamonagouti, en de vier witargentes (slateblue-witargente, coffee-witargente, lilac-witargente, beige-witargente, meer uitleg daarover op de agouti-pagina’s) in zowel gewoon als solid, en in zilvervos, is er iets speciaals aan de hand als ze bont zijn. Deze dieren hebben namelijk allemaal crcr als verdunning op het C-gen. Dat klinkt ingewikkeld, en zal ik even uitleggen. De crcr-verdunning op het C-gen betekent niets anders dan dat elke roodtint op het dier wit wordt. Zo wordt bijvoorbeeld een tan (rode buik) een zilvervos (witte buik). En een goudagouti (zwarte haar met rode band en zwarte punt) wordt zilveragouti (zwarte haar met witte band en zwarte punt). Als je dit begrijpt, kunnen we een stap verder. Stel je een goudagouti-rood-wit dier voor. Duidelijk een driekleurig dier. Wat zou er nu gebeuren als je met crcr-genen alle rood eruit haalt? Het wordt zilveragouti-wit-wit. Je ziet het verschil niet meer tussen een rood vlak dat wit is gemaakt, en een wit vlak dat door het bontgen komt! Het dier ziet er bont uit (zilveragouti met wit) maar kan dus, genetisch gezien, driekleur zijn! Okay, als je dit kan volgen gaan we weer een stap verder. Stel je nu een goudagouti-rood dier voor. Dat is een tweekleurig dier, en niet bont. Wat gebeurt er nu als je met crcr-genen alle rood eruit haalt? Het dier wordt zilveragouti-wit. Het lijkt dan dus net alsof het dier bont is, terwijl het niet eens bontgenen heeft! Dit heb ik nu uitgelegd met goudagouti en zilveragouti als voorbeeld, maar werkt bij zilvervos, en bij de gewone en solid cinnamonagouti en witargentes precies hetzelfde.
|